Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22§ OP DE ROOMSCHE KERK EN 2,

Dit nieuw gedicht zoo verre in luifter zal verdooven, Als deze de oude Kerk in grootheid overwint. Dit huis, alleen gefchikt tot bidden, danken, looven Der Godheid, die ons all' aan haare liefde bindt; Verflrekke een Oeffenfchool, om Weetenfchap te paareu Aan zuivre Godvrucht, en aan Chriflelijke deugd: Op dat de Hemel geev, zoo 't mooglijk is, de jaaren, "Wanneer Verdraagzaamheid de Tempeliers verheugt; En wij, en gij, en elk, door eedier geest gedreeven, Niet meer ons cvenmensch verflinden als een' roof, .Maar, door vcrfland van 't geen God ons heeft voorgefchreevcn s Belijdenisfe doen van 't Algemeen Geloof.

Gereformeerden, die, door edelmoedig ftrijden, Den Staf der Heerfchappij ziet in uw hand gefield, En nog grootmoedig draagt wie 't Roomsch Geloof belijden r >t Mishaage uw heuschheid niet, dat thans mijn Zangaar zwelt, Om 't Roomfche Bedehuis ten Hemel op te vijzlen, Het kwetfe u niet dat dus hun Wijrook opwaarts Hijgt, Verdraagzaamheid verbied de zwakke te verbrijzlen: Denk hoe uw Broederfchap benaauwd naar Aêmtocht hijgt,

Daar

Sluiten