is toegevoegd aan uw favorieten.

Nagelaten gedichten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C "8 )

De krijgsman zoekt zijn' makker op Zijn' ouden vriend, bij duizend nooden — Daer ftort hij in zijn' arm - maer op een' berg van dooden; 't Gejuich klimt tot der heuvlen top: Hoe drukken zij elkaer de handen, Als broeders, na 't loódlottig (branden; Dan, velen zijn verreist naer 't zwijgend fchimmenrijk. Zie vriendfehap zorg noch pooging mijden , Om 't heilig overfehot aen 't vreedzaem graf te wijden. Een traen befproeit het lijk.

Hier ligt, verpletterd door 't gefchut, Een jongljng, in den bloei des levens, De hoop des Vaderlands, de fleun zijns Vaders tevens, Ifoe zal nu in de fombre hut De blinde grijsaerd eenzaem wachten ; Hoe luistert hij, bij ftille nachten, Of hij van verf den flap van zijnen liefling hoort. Ach! nooit wordt hem zijn Zoon hergeven! Hij hoort des jonglings dood — die dood beftormt zijn leven, Terwijl 't 'verdriet hem moordt.