Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«ra MENGELPOËZIE.

Oranje, door het zwaard van zijn' doorluchten broeder, Aan 't hooft van 's lands beuuur op 't zegenrijkst herteld, Stelt zich, hoe wreed gehoont, aan de IJ-fad ten behoeder, Eu breekt de teugels los der beulen van 't geweld. Ja! 't rot gebieders, dat, zo roekloos als vermeetel, Den geest der muiterij tot haat had opgewekt; Ontmachthij, door zijn recht, en fiert hunn' eere-zeetel, Met mannen, wier gezach tot eer des volks verfirekt. Een vrienden-rei zijns huis geeft wet in amtels-wallen; Een straalman neemt de plaats, hem lang benijd, thans in; De rust herleeft met hem, en, wat de nijd moog brallen, 't Regeerings-doel is thans weer v/aare burger min. Triümf, 6 burgerij! uw lijden is gewrooken; Uw leed verliestzich gantsch in de armen van 't geluk; De keetens van den twist zijn reeds tot gruis gebrooken, — Het licht des heils verdrijft de nevels van den druk. Triümf uw handel vak zal nu van ouds weer bloeien; De lust tot jezus dienst zal nieuw gebooren zijn • Gij zult mijn vaderitad door nutte kunten groeijen; — Zo lang d'oranje - zon aan uwen fiads ■ raad fchijn.

GEVOEL

Sluiten