is toegevoegd aan uw favorieten.

Hugo de Groot. In zeven zangen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iZó HUGO n e GROOT,

ö Grijze Weéuw! gij moest dien ramp dan overleeven,

Uw glorierijk geflacht word dus op 't wreedst bemorst, Wat heeft, ó Groeneveld! uw tedre ziel gedreeven ?

Gevloekte wraak! gij fprcid uw gif in de eellte borst. De Groot leest dit bericht vol fmart en meededoogen ,

Maurierhad dit getrouw zijn boezemvriend gemeld , Maria ziet hoe thans in Hugo's drijvende oogen,

Een zucht, een gloênde traan , van fpijt en deernis zwelt, „ Is 't mooglijk (zucht hij) moest, na zoo veel tegenfpoeden ,

Beroemt Bataafsch geflacht! ach moest, na zoo veel hoon, 6 Barnevelds ! nog eens 't misdadig olfer bloeden ?

Mijn vriend,mijn Groeneveltlwat pronkte uw deugd niet fchoon, Kon moord , kon laag verraad uw zachte ziel bekooren,

Heeft wroeging niet uw hart met foltrende angst doorknaagd, Zaagt gij in 't ruim verfchiet uw Vaders fchim niet glooren,

Hij, die Prins Mauritz zelf nog ftervend heeft beklaagt ? Moest gij door dit bedrijf langs 's Grijzaarts voetfpoor flreven ?

Is dit de heilleer der zachtaarte Christenheid ? Zij toont 't grootmoedig hart in fchulden te vergeven,

Daar ze in den wreedflen nood voor 's vijands misdaan pleit •

Ach!

Se DlcWrpIfiedreVnn 1° • feM des harte zal bcfchonwen, vermeent

th S2flJ a " misflai b" dceze (lerke uitdrukking te höbbèn begaan, •

«s men flechts de wreedheiddes aanflags inziet