Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C i3 )

aan anderen wel te doen, met oogmerk , om of door die daden , of derzelver gevolgen , zyn eigen geluk , of genoegen , op de ene of andere wyze, te bevorderen —< uit een beginzel, derhalve, van byzondere goedwilligheid omtrend zig zeiven. Deze goedwilligheid is ene van de Zinlykheid afhanglyke (pathologi/che) aandrift. Naar mate de eigenliefde, en hare neigingen , door natuur' lyke , of zedelyke oorzaaken , fyner zyn ; is ook deze goedwilligheid , in de zauienleving der menfchen , beminnelyker , en heeft zelfs groteren fchyn van zedelyke goedheid, of ware deugd. Dezelve is ene fpringbron van zeer vele lofwaardige , ja fchitterende, bedryven, en fchyn' baar grote opofferingen , ten nutte van anderen.

Dan, hoe beminlyk ook, en hoe nuttig, deze goedwilligheid voor het menschdom wezen moge; is zy nogtans in der daad okzu her, en mischt, wanneer men haar van ene zedelyke zyde befchouwt, alle echte waarde. Gy neemt by voorbeeld , deel aan den rampfpoed van uw medemensch: gy doet dit, zelfs tot uwe eigen fchade. Uw brood deelt gy met den hongerigen: de zaak van wees en wed uw trekt gy u met allen ernst aan. Naauwlyks fpreekt»men u van enen ongelukkigen, of gy ylt en vliegt hem ter

hut

Sluiten