Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FABELEN.

DE MEDEGEZELLEN VAN ULYSSES.

AAN

DEN HERTOG VAN BOURGOGNE.

Prins ! waardig van om Hoog te worden gae' geflagen, Vergun me op uw altaar wat wierook aan te dragen. Myn nimf treed fpade toe met wat ze u offren moet; Maar arbeid, ouderdom, een weinig tegenfpoed, Zal myn verfchooningzyn, by ligchaams- ongemakken. 1) Ik voel van dag tot dag myn' geest in my verzwakken,

Daar

l) De la f o nt a ine was alles minder dan gelukkig. Hy had het verdriet van met eene vrouw belast te zyn, die zo afkeerig was van alle werken van vernuft, als hy 'er op was verzot. Ziedaar den weg geopend tot een dagelyks huislyk gefchil! Hy had bovendien het ongeluk, (een zaak die echter de groote dichters van Vrankryk vry eigen is, en die hen zelden kwalyk word genomen,) van fmoorelyk te verlieven op eene bevallige en geestige tooueelfpeelfter, die, zo

V. DEEL. A men

Sluiten