Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN VAN DIEN TUSSCHEN KATTEN EN MUIZEN. 3I

En daar die reegling door den zweep gerugfteund wierd, Daar ook de zweep beflistc als twee der gasten keven, Wierd al dit vee gelyk één broederfchap beftierd.

Dat vrindelyke famenleven, Die zoete broederfchap, gaf ftichting aan de buurt; En al dat zoete had al vry wat lang geduurd, Wanneer flechts om één fchotel eeten Het huis wierd over hoop gelmeten: Een menigte zag, naar zyn' waan, Het fchenken van een weinig beenen Voor een te zigtbre voorkeur aan, Om zwygend' die voorby te gaan. Hy die, naar zyn begrip, zich zag veröngelyken, Had zyn gevoeligheid door beet en graauw doen blyken. Een rechtsgeleerde Hond riep uit; „ dat elk de teef „Die in het kraambed legt bezweken, „Dit komt haar toe, de voorkeur geev';" Maar deze Dog zag zich niet weinig tegenfpreken. In 't kort, in keuken en in huis Was een afgrysfelyk gedruis.

De

Sluiten