is toegevoegd aan uw favorieten.

Fabelen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïï<5 PHILEM0N EN BAUCIS.

Hier zullen Philemon en Baucis blyk van geven. Hen wierd in hunne ftulp een deugdfaam hof verleend. Dc liefde en 't huwlyk had, op 't naauwst byhen verée'nd, Hun harten faamgevoegd door hunne zagtfte banden; Geen tyd deed in hun hart de liefde flaauwer branden, En Cloto i) fchicp vermaak hunn' gouden levensdraad Te fpinnen meteen kracht,die 't woên des tyds weêrftaat. Zy bouwden, zonder hulp, doch zonder vlyt te fparen, Den akker met hun hand den tyd van veertig jaren. Hun gantfche maatfehappy beftond in hen alleen. Zy hadden aan geen knechts, verfpieders onzer fchrecn, Te danken voor één' dienst in 't heil hunn'ftaat befchoren; De tyd vormde op 't gelaat de zagte en achtbre voren. Hun ouderdom verfcheen, daar vrindfchap 't vuur bezielt Dat in hen beiden blaakt, dat tempert, niet vernielt, Maar liefde levend' houd, bevryd van alle fmarten. Zy woonden by een' burgt,vervuld met liên wier harten De zucht tot fpot bewoonde cn de ongevoeligheid. Jupyn had dezen ftoet een wis verderf bereid. Hy was met zynen zoon, die van de kunst van fpreken

De

) Eén der Schikgodinnen.