Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongen dichter» \j

de Dichter, bij wien Godsdienst en zedigheid op zulk eenen hoogen prijs ftond, die zich in een beoordeelend tijdfchrift zo fterk uitlaat tegen een' jongen Dichter , die Minne* zangen uitgegeven had, daar, ja vrijheden, maar zeker geen kuifche ooren kWetfende uitdrukkingen in waren ; dezelfde Dichter eindigt met vuile en ongodsdienftige aartigheden uit te venten , die geene, dan de gevaarlijke verdienften van geest en kunst t

bezitten ? Hoe is dit mogelijk .' > Ach!

kende men door eene treurige ondervinding het menfchelijk hart minder, wij zouden aan deeze mogelijkheid twijffelen. Helaas .' nu moeten wij belijden dat zijn geval het onze kan worden , en zeer gemaklijk kan worden. De overgang is bij hem zo natuurlijk geweest. Wie land werd naar verdienfte over zijne eerfte fchriften toegejuicht. Zijne bevallige wijze van fchrijven fmaakte aan elk , vooral aan de losfe Jeugd. Men beklaagde zich dat hij juist een vak gekozen had , dat ongelukkig het gefchiktfte toneel voor het bevallige niet was. Men verzekerde hem, dat hij in het losfe geestige alle zijne mededingers ver achter, zich zou laten. Wiel and zoog dit bedwelmend gift der toejuiching in —— beI. deel. B proef-

Sluiten