Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER HET BEVALLIGE. I43

wanneer het zijne juiste groote, gedachten, en uitdrukking bezit, en zo vervolgens. Dus zou men een'Treur-zang bevallig kunnen noemen, in zo verre hij op de beste wijze in alles aan het oogmerk voldeed;hoe zeer anders het bevallige , in eenen naauwen zin genomen, hier gewoonlijk misplaatst zoude zijn.

Dan, zo ik mij niet bedrieg, is uwe vraag naar deeze algemeene Bevalligheid zo zeer niet ingericht. Gij bedoelt de Bevalligheid die in het gebied van het fchoone, even als het verheven, grootfche, naïve enz. een wingewest op haare eigen hand heeft, en juist deeze is zeer moeilijk in eene definitie te befluiten (6> Men kan haar even weinig

door

(6) Na dat deeze brief reeds een' geruimen tijd verzonden was, zag ik met genoegen uit het ade Deel' van Riedels Theorie , dat de Heer van Alphen dit met mij denkt; „ Ik geloof, zegt hij daar, dat het „ best is geen definitie van de bevalligheid te geven. „ Ik ten minften verfta die van Riedel zo min als die „ van Watelet". Denkt gij ze mooglijk beter te zullen verftaan, Lezer! hier zijn ze beide. Bij Watelet is de fchoonheid eene volkomen geëvenredigde overeenkomst met de aan ons eigen bewegingen: en de bevalligheid beftaat in de overeenflemming van deeze bewegingen van onze ziel. Riedel noemt bevalligheid: zachte fchoonheid , naar het, door bijzondere trekken meer beftemd en veranderd, ideaal der hoogde fchoonheid, Zo veel mogelijk met aanlokkelijkheid verbonden.

Sluiten