is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven over verscheide onderwerpen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FRAGMENT VAN EEN TREURSPEL. IQO

guilford.

Mijn God! wat fchonkt gij mij toen ik dees Gade ontving! —

Vergeef, gij Engel Gods! vergeef den Iterveling! Ach! fchiep de fel (te fmart een' nevel voor mijne oogen , De worm verrijst op nieuw, door u aan 't niet ontroogen — Zie daarvoor't laatst mijn hand aan deeze zij van 't graf... Johanna! uw gemaal ftaat u gewillig af, Schoonhiju meerbemint, aanbidt, dan ooit voor deezen, God fpreekt, God fpreekt dooru! — ik zal gehoorzaam wezen.

Ladij g k a ij. Mijn Guilford zegeviert te midden van zijn fmart! Kom nu, Geliefde! kom, rust vrolijk aan mijn hart. De teêrheid zal op 't ftof onfterflijk zegepraalen; Den kusch der reine min moogt gij voor God herhaalen.

guilford.

Mijn Gade! mijn Vriendin! fchoon ons het noodlot fcheidt, Gij blijft, hoe juicht mijn ziel! de mijne in eeuwigheid! (Z:ch op nieuw in haare armen -werpende)

En nu een' laatften k.usch! 'Geen traan onteer ons

fcheiden!

Nog heden zal mijn hand u voor Gods troon geleiden — Vaarwel! — gij volgt, en ik — ik toef uw ziel om hoog.

Ladij g r a ij, geheel aandoening. Mijn ziel houdt tot dien ftond uw eedle ziel in 't oog!

N4

^ V IJ F-