is toegevoegd aan je favorieten.

Brieven over verscheide onderwerpen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

800 FRAGMENT VAN EEN TREURSPEL.

VIJFDE TOONEEL.

Ladij g r a jj, f e k n a m.

Ladij graij (Feknam tot haar ziende naderen.)

Mijn Vriend! ik ben gereed — Kom, leid mij moedig waar mijn vrienden mij verbeiden.

F * k w a m'.

Neen,eedle Ladij! nog kunt gij uw lot befcheiden. De wreede Gardiner, niet voor uw deugd beftand , Erkent uw waarde en biedt u nog door mij de hand. Ga, fprak hij zuchtend, ga haar naar de firafplaats voeren , Maar fpaar vooraf geen vlijt ora nog haar hart te roeren; Zeg, dat ik haar geduld , haar' zuchten inborst eer', En niets, niets in haar hant, dan heur gevloekte leer; Zeg, datgeen grooter vreugd mij aanlagcht in-mijn leven Dan haar te redden, baar der kerk op nieuw te geven; Vlieg, poog, zo 't mooglijk zij, haar voor den flag te hoên

Ladij g r a ij. En Feknam —Feknam kan aan mij dat voorftel doen? — f e k n & m.

Ach! Feknam zou met vreugd zijn hoofd voor 't flachtmes bukken

Om zo veel onfchulds aan een gruuwzaam lot te ontrukken. God lof, da^ zijne ziel den prijs der deugd gevoelt, En dat geen Godsdienst haat dit vuur in hem verkoelt; Dat hij, hier Gardiner, uw dwaaling zou verfchoonen, En door menschlievendheid zijn leer het liefst bctoonen! Maar nu —in deezen nood... waar alles 't oog ontzinkt. Waar 't moordfchavot u wacht...

Ladij c r a jj.

Maar ook de zege blinkt, En'teenig heil mij toefc, dat vrolijk, zonder klaagen,

Een