Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET SENTIMENTEELE. «g

te hebben. Onze Schrijver heeft hier anders gezien. Hij heeft gedacht (19), dat wij te Sentimenteel waren; en dat de verleiding bij ons (O gaave God, dat het oordeel van den Schrijver hier juist ware!) niet dan ter goeder trouwe, en door eene al te groote, te dweepachtige gevoeligheid, en vervoering voor edele, maar te hooge gewaarwordingen, veld won. Uit dit gezichtpunt heeft hij tegen het Sentimenteele gewaarfchouwd, en gij ziet, dat ons doelwit even goed kan geweest zijn, fchoon wij eenen gantsch verfchillenden weg zijn ingeflagen. Wie van ons beiden nu recht gezien hebbe, moogt gij, en elk, die onze Nederlandfche waereld kent, beilisfen. Zo men van ons

zeg-

(19) Zie bijna overal de eerfte Gedachten over het Sent. In de nadere Gedachten fchijnt de Schrijver van Batterijen te veranderen. Hij verwisfeit daar de woorden: hoog-en teer■-gevoeligheid , ftaan «aar eene te hooge volmaaktheid ('t welk hij eerst afkeurde) met die van zinnelijkheiddriften, verleiding , waar hij thans, met meer grond zeker, tegen ijvert, maar waar ons verfchil nimmer over was, en waartegen ik overal in mijne voorige Brieven met hem geijverd hebbe. Doch hier over nader. Mooglijk bedrieg ik mij.

B 4

Sluiten