Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SO NOG IETS OVER

af zouden neemen, wanneer ze in de gedachten (tonden — niet dat het huuwlijk al-

'leen

liefde van Cidli en Semida heb ik reeds aangehaald; dus fprak de Minnaar:

Gij waart, Hemelfche! mijn! voor geene kortere duuring,

Dan voor de eeuwigheid, mijn! Dat noemde ik voor mij gefchapen!

Eiker deugde verhevener wenk, mij anders onzichtbaar, Leerde ik door uwe Liefde verdaan ! enz.

En zie de zo evengenoemde Nagel. Schrift., gij zult 'er overal mijne gedachten omtrent de liefde in aangenomen vinden. Dit zegt hier te meer, om dat het otigineele Brieven tusfchen twee Echtgenooten zijn, en niet gefchreven om ze ooit der vvaereld mede te deelen. Zie vooral den pden en ioden brief van Overledenen aan Levenden , daar vinde ik onder andereu deeze woorden, die klopstock aan zijne Vrouw fchrijft: ,, Ach, mijne Cidli! hoe „ beminde ik u, hoe hong mijne ziel aan uwe ziel! „ Beste Vrouw! hoe waardig waart gij het! Eene „ Liefde, als onze Liefde, was Gode welbehaaglijk,

dewijl wij Hem daarbij niet vergaten, dewijl wij „ Hem dankten , dat wij eikanderen gevonden had„ den en Hem faamen aanbaden! — o Gij Eenig„ fte ! hoe dikwils heb ik u in mijne omhelzingen „ de oogen ten hemel zien heffen, en de volle aan„ dacht van uw hart daar in aanfchouwd. O hoe „ dankte ik dan God, die mij deeze zo zeker tot „ de zaligheid bellemde ziel gegeven had. Gaa „ heen, Cidli! en leer dat ook aan de waereld, die

„ niet

Sluiten