is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven over verscheide onderwerpen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DECENTIE. J^S

dit uit de Gefchiedenisfen van 't Menschdom in verfchillende tijden aantetoonen , en hiertoe de befchaafde Volkeren met de onbefchaafden in vergelijking te brengen. Behalven dat ons deeze befchouwing, hoe nuttig en aangenaam op zich zelve , geheel buiten ons bellek zou voeren, verbeelde ik mij, u in mijnen voorigen Brief telkens genoeg te hebben doen opmerken, dat de onbefchaafdfte Volkeren overal de onfchuldigilen waren, en zo gij u alleen maar herinnert, wat ik hieromtrent van de Franfchen heb opgeven, zult gij genoeg overtuigd zijn, dat mijne Helling zich door de ondervinding ftaaven laat; vooral zo gij 'er bij in aanmer king neemt, dat de gezelfchaplijke verkeering, en de taal tenens, eerst onder Lodewijk de Veertiende die kieschheid en decentie verkregen hebben, daar ze van dat oogenblik, bij een geduurig voorthollend zedenbederf , altijd in toegenoomen zijn. Liever wil ik hier dan met den aart der zaak zelve raad leven, en u poogen te doen zien, dat de harmonifche Natuur geene decentie kent, geene decentie kennen kan; maar dat de afwijking van dezelve haar 't eerst doet kennen ; dat de Onfchuld , die altijd met de Natuur eenftemmig gevoelt, haar

mis-