is toegevoegd aan je favorieten.

Maurits van Nassau, prins van Oranje. In zes zangen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

85

MAURITS van NASSAU,

Zyn ruitery vertoont een bosch van hooge fperen.

Hy volgt die op den voet, met Bax, de dappre Veeren,

En Houten Van Der Aa, den wellust desfoldaats,

En laat aan Fredriks moed 't bewint der legerplaats.

Men fpoed Hechts Jangfaam voort, om 't ros niet af te matten,

Jin dus, zo Spanjes magt de ruiters aan mogt vatten,

Ten ftryd gereed té zyn. Zodra de ruitery

De hoogte heeft bereikt vans vyands legerzy',

Krygt woeste Gusman Jast om met zyn ruiterbenden ,

De ontrusting die men ducht met nadruk af te wenden:

Zodra deze oorlogsman op 't vlakke ftrand verfcheen

Wierd wederzydfche magt bloedgierig handgemeen.

De vlugge Van Der Aa, door Maurits zelv' gefteven,

Vliegt, als eenpyl met kracht van zynen boog gedreven,

Op 's vyands voorfpits aan; maar zyn gezwinde loop

Word onverwacht verduurd door Gusmans oorlogshoop.

Men moord, men wond, men dreigt, houd ftand aan beide zyden ■

De moed doet Nasfaus prins, de wanhoop Gusman ftryden '

Befchouw de Veeren reeds vermengd by 's vyands magt,

Zie Bax, ondanks een wonde aan 't hoofd hem toegebragt,

Waar ook zyn fabel treft of helm of harnas kloven;

Zie dappren Van Der Aa ter reijen ingeftoven,

Daar hy ten neder flaat all' wat hem Hechts genaakt,

En