Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

manken! —- Dweeperij en Bijgeloof zijn uit den afgrond opgedonderd, om eene Liefde te vervolgen, te martelen, die de Hemel zelve in onze harten gefchapen heeft! •—. Uw Eduard is een kind des ongeluks! — Ach! Elize! — zo gij heiland waart om een voorftel te hooren,— waaruit ik, — ten minffcen uwe rust, uw geluk verwagt? —• Helaas! wat behoef ik u medetefleepen in dien jammerpoel, die zig alomme voor mijne voeten opent ? —. Zijt

gij, Elize! Zijt gij in ftaat, —

om mij te — vergeeten, -— en mij —. san mijn noodlot overtelaaten ? -— Bekommer u niet wat er van mij worden zal.

Ik zal mij boven 't ongeluk weeten te verheffen! -— ik zal — het ontloopen ? —. o Mijne Elize! vergeef het mijne wanhoop! ik erger, ik bedroef u door mijne uitdrukkingen! — Zij ontglipten mijne pen, eer ik het wist! *— Dit is eene dier droevige buijen, welke geene der geringfte mijner tegenfpoeden zijn! — Zo gij gruuwt van dit vertwijffeld voorftel, houd dan als of het er niet ftond, —of het u nooit gedaan ware.

Ik weet niet welk een raazende dweepzugt mijn Vader langer vervoert. Hij ijvert voor B 4 zijn

Sluiten