is toegevoegd aan je favorieten.

De zegepraal der menschlievenheid over de dweeperij en het bijgeloof, of De heilrijke vrugten der volksverlichting in Vrankrijk. (Een Fransche geschiedenis).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEE en TWINTIGSTE BRIEF,

karel aan eduard.

ponder een oogenblik te vertoeven, mijn ongelukkige Vriend! begaf ik mij naar * * * en daadlijk naar het huis van Jufvrouw Geertruda. Ik kende haar van aanzien, doch was er niet gemeenzaam genoeg mede , om uw gansch geval aan haar toetevertouwen , ik weet ook niet, volgens haar voorkomen, of zij de regte geheimbewaarfter wel is, ten minften in haar eenvoudigheid kan iemand, die zig er op toeleggen wil, al vrij veel van 'haar te weeten komen.

Ik gaf haar flegts zo veel te verftaan, dat ik van uwenwegen belast was met een zaak van gewigt, en gij mij verzogt had, om door middel van haar, in gefprek te zien geraaken, met de Moeder van Elize: dewijl ik deeze volftrekt fpreeken moest.

Jufvrouw Geertrudawas aanftonds gereed, om mij de behulpzaame hand te bieden. Zij gaf mij den raad, dat ik een briefje aan Klaartje zou fchrijven, behelzende mijn verzoek : zij nam aan, om het zelve in alle

ftil-