is toegevoegd aan uw favorieten.

De zegepraal der menschlievenheid over de dweeperij en het bijgeloof, of De heilrijke vrugten der volksverlichting in Vrankrijk. (Een Fransche geschiedenis).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dood zou koopen, van 'ter zijde ver dagt te bouden, of ik haar Moordenaar niet ben ?' — volgt gij in deezen uwen handel ook de voor* fchriften van uwen Godsdienst? of zo gij dezelven overtreed, overtreed gij ze dan juist in dat geval ? — en om dat ik, — uw Zoon ben?

En zij, wier naam ik niet dan met fiddering en afgrijzing noemen kan, die Eerloze, die gehaatte Bedriegfter, die onder fchijn van vroomheid de vloekwaardigfte rol fpeelt; die Pieternelletje: wat bezwaaren heeft ze ten mijnen lasten, en met welke gruuwelen befchuldigt ze mij? Heb ik haar aangezogt* heb ik haar verleid? heb ik haar vervoerd en te fchande gemaakt? Is zij zelve niet bij mij gekoomen? heeft zij zelve haar geilhart, uit haare huichelende oogen, mij niet bekend gemaakt? Heb ik haar niet mijne uiterfte verachting en verontwaardiging betoond, op -dat tijdftip, toen ik gelegenheid gehad zou hebben, om mij aan deezen Drekhoop te vergrijpen? — Mijne behandeling zo draikont. dekte aan wie ik mijne tederheid had weggefmeeten, bewijst ten overvloede, dat ik nimmer het opzet fmeedde, om dat geene te rooven, zelf niet ten gefchenke te ontvangen,

't welk