Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5TRYDIG MET DE OPENRAARING. j I?

uit hoofde van die openbaaring , welke zy als een groot gefchenk van den Hemel eerbiedigen, doortrokken zyn met vooroordeelen: dat men dus het gene , dat proefondervindelijk getoond , of wiskundig betoogd word , en waardoor men meent, dat de eerbied voor het Opperwezen niet in het allerminfte benadeeld, maar integendeel grootelyks bevorderd word ; voor kcttcry , voor deïstery, of wel fnoode Codverzaaking , op zyn best voor gevaarlyke verzinfels en droomeryen van verwaande zotten , of ftoute philofophen , durft vcrklaarcn.

Verneemt men dan, dat leeraars van dien Godsdienst (gclyk misfcbiètj door fommigen uit onkunde wel eens onvoorzichtiglyk gefchiedt is): dat lecraaren, welken men ondcrlrellcn moet eene grondige kennis te bezitten van dien Godsdienst, welken zy voorllaan en prediken, zich ook op dergelykc wyze, ibmtyds zelfs in het openbaar, uitlaaien: zonder dat men weet of onderzoekt, hoe andere predikers van meerder verftand en kundigheid daarover denken : kan zulks de vooroordeelen tegen den Christelyken Godsdienst, zoo wel als tegen de verkondigers en belyders van denzelvcn , aanmerklyk doen toenemen , als vloeiden zulke bedenkingen uit den aard van den Christelyken Godsdienst zelve voort, en dachten, B zoo

Sluiten