Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 33 ) - ' &ij den eerprijs geven moeten , dat men dari alle de ingekomene dichtftukken , door deri druk, gemeen maakte: het lezende gedeelte der Natie toch, is een Collegie, dat, in dit geval ^ zou kunnen beflisfen, zoo het oordeel der kunstrigteis gedwaalt hadt; de uitfpraak der natie Zou dit oordeel verbeteren! — De fchande def vermetele rijmelaaren zou aan den dag komen j en zij zouden mogelijk voor eeuwig, — zwijgen!

Alle Dichters , die ooit eehen beftendigen roem verworven hebben, hadden dien niet ta danken aan de uitfpraak van eenige weinigen: de algemeene toejuiching der lezeren van fmaak j is meer dan duizend eerpenningen ! De voornaamfte fchoonheden van een' Dichter , worden zeker fomtijds zoolang miskend, tot een man van fmaak en oordeel dezelve aanwijze; doch dit is meer een wijsgeerige ontwikkeling Van het geen men reeds gevoelt heeft; dan een wezenlijke aanwijzing van geheel onbekende dingen.

Op deze wijze, dunkt mij, zou het uitfchrijven van prijzen eene algemeenere nuttigheid hebben : te meer, wanneer men agter ieder dichtftuk, eenige theoretifche en critifche aanmerkingen voegde — of dezulken, die geené G

Sluiten