is toegevoegd aan uw favorieten.

De poëtische spectator.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 84)

onze voorftelling niet verkeerd kan uitgcfegt worden. Over het geheel is dit ftukje vol gevoel, bevallig en treffend Het volgend diqhtftukje heeft het opfchrift:

DE STORMWIND.

Ode.

Wat is het plan, het hoofddenkbeeld? Dit: Het is nog ftil, maar van verre hoore ik den wind: hij komt, cn doet zijne uitwerkingen gevoelen; zo zal het ook zijn in den jongften dag, er is eenige gelijkheid tusfchen den aannaderenden ftormwind en de komst van God om dooden optewekken. — Hemel, aarde, Engelen worden aangemaand als tot hun werk ; en het flot is: dat de dooden leven zullen.

Of men zulk eene opgegevene gelijkheid, waarin hier en daar een treffend gezegde voorkomt, doch waarin eigenlijk de éénheid ontbreekt; eene Ode noemen kan; twijfele ik. liet isteen ftuk van een Ode, niet meer nog als een fragment. De dichter had het kunnen gebruiken hier of daar, of het voltooien en dan uitgeven. Maar ik heb wel eens meer opgemerkt in jonge dichters dat zij deze of geene treffende regels, waarin één voornaam denkbeeld wordt voorgeftcld, bij elkander hebben,