Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

g» DE GEROOFDE HAIR-LOL

Ligt Gril-zucht eenzaam, op een ibmber bed, te zuchten,

Omringd van hoofd-pijn ziekte en fmart en ongenüchten.

Twee kamer-juffers (laan 'er bij, gelijk in (laat,

Doch zeer verfehiilende in gedaante en in gelaat;

De eenc is Kvvaadaartigheid, met reeds vergrijsde hairen,

In 't zwart gehuld, gelijk een maagd van hooge jaaren;

Een menigte gebeên, voor morgen, middag, nacht,

Die zij, gelijk bet fchijnt, met grooten ernst betracht,

Zijn in haar dorre hand om d' evenmensch te (lichten j

Doch in haar ncus-doek fchuilt een aantal hekeldichten)

Gemaaktheid de andere, op wier ziekelijk gelaat

De lieve blos van achttien jaar te glooren (laat,

Zij zwijmt met groote zwier; haar hoogmoed doet beur kwijnen;

Heur hoofd hangt (leeds op zij, haar blanke lippenfchijneu

Tc lispen, zij bedekt van fmart zig door 't gordijn,

Op 't donzig kusfen, zoo door krankheid als door fchijn»

Hier waaren fchimmen rond zwart, als in ïpookwoeftijnen, Of helder, g'lijk ze een Non op 't bed des doods verfehijnen.

Nu

Sluiten