Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRIJSVAARZEN. 129.

God! ongenaakbaar door de ftralen

Die uw geduchte Hoogheid fchiet! Zij, die langs 't fpoor der reden dwalen j

Zijn balling in uw rijksgebied! Ze aanfehouwen God —— den God die dondert, Met vreez' voor ftraffe, en Haan verwondert

Dat elke flag hun kruin niet treff'! öwe Almagt blikfemt in hunne oogen, Zij vlugten, fiddrend, heen — zoo flegts hun denkvermogen Zich tot uw' troon verheff'!

Wij, die den naam van Jefus noemen,

Wij juichen om uw majefteit! Het Evangelie doet ons roemen

Op uw verheven heerlijkheid : Uw magt zal voor ons welzijn waken ——* Ons waar geluk beftendig maken.

Het Evangelie fpoort ons aan Om U, die heerlijk zijt, te aanfehouwes, Als God — als menfehenvriend — om vast op U te bouwen, Hóe hoog de nood moog' gaan.

I 2 Haleluj'ah! —

Sluiten