is toegevoegd aan uw favorieten.

Proeven van poëtische mengelstoffen, door het dichtlievend kunstgenootschap onder de spreuk: Kunstliefde spaart geen vlijt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pRIJSVAARZEN. 15

Nu blinkt de Heilzon als het hoofd der hemellichten.

En overtreft den glans van Mofes aangezicht, Zoo verr' de zilvren maan voor 't zonnegoud moet zwichten,

Of Mofes fchaduwleer voor 't Euangelielicht, Ja zoo barmhartigheid, vol Goddelijke ftraalen, De ftrengheid overwint met minnelijk gelaat. Nu mag het heilig kleed van Priefter Jefus praaien

Met fchooner luitter, dan Aarons koorgewaad. Gelijk zijn priefterfchap naar Melchizedeks orden ,

Gelijk zijn offer, als der offren tegenbeeld, Waardoor 't verkoozen Volk met God verzoend moest worden,

Gelijk zijn eerdienst, daar een leevenskracht in fpeelt, Den ouden fchaduwdienst oneindig gaat te booven:

Zoo doet de heerlijkheid van Jefus kleederpracht Aiirons tempelpranl in fchaduwcn verdooven.

Het purper, rijk van gloed, de koningrijke dragt, Die Isrels Vorften in hun heerlijkheid bekleedde,

De diamantkroon van den grooten Salomon, Verbleekten voor den glans, dien thans natuur befteedde

Aan Jefus feestcieraad en 't kroonegoud der zon. Geen zeldzaamheid kan bij dit luchtverfchijnzel haaien,

Waar Rafaël vergeefs zijn kunstpenfeel befteedt, Om Jefus heerlijkheid volkoomen aftemaalen :

Want hier verfchijnt God zelf, die zich met licht bekleedt!

B 4 Hier