is toegevoegd aan uw favorieten.

Proeven van poëtische mengelstoffen, door het dichtlievend kunstgenootschap onder de spreuk: Kunstliefde spaart geen vlijt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i6 PRIJSVAAR.ZE.N,

Hier is Gods Koningrijk in heerlijkheid gekoomen,!

Hier is de Hemel op den aardbol neêrgedaald! o Wonderlijk gezicht! wat zie ik! zijn het droomen?

Twee Cherubijnen, met een hemelsch licht omftraald, Die Koning Jefus in zijn zegepraal verzeilen,

En voor zijn aangezicht als rijkstrauwanten ftaan? Neen, twee Profeeten, die Gods raadsbefluit voorfpellen,

Nu door Gods Almagt van het fterf lijk vleesch ontdaan., En tot den heijffaat der onfferflijkheid verheven,

Eekleed met feestgewaad van hemelheerlijkheid. Bekoorelijke fchets van 't eeuwig zalig leeven,

Hoe gloort uw aangezicht alom van Majeftèit! Gelijk een teedre rups, nadat zij is ontflaapen,

Haar needrig, kruipend en van elk veracht geitel Door 't eindloos wonder van Gods Almagt ziet herfchaapen,

In 't hemelkleurig wicht, de vlugge dagkapel, En ons de fchoonfte fchets van 't luifterrijk verrijzen

Der langverrotte (lof, in 'swaerelds uitterfte uur, Als met den vinger van Gods Almagt fchijnt te wijzen,

Zelf tot verbaazing van al 't grootfche der natuur: Zoo durf ik denken, dat de nietigfle aller wormen,

Weleer ontwikkeld door de wondre teelingskractit. En als gegooten in de kunftiglte aller vormen;

Gelijk een toonbeeld van Gods onbegrensde magt,

Ja,