Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S8 F R IJ S VA A R Z E N.

Gij nijvre bijën die alöm Moet honig voor de grooten gaêren»

Gij wellust van het godendom; Zoudt gij ook op dien eerkrans ftaaren?

Gij, die door onvermoeide vlijt,

De fteunfels van 's Lands welvaart zijt, Gij mollen die uw graf moet vroeten!

Wordt u die glorie niet vergund, Ontzink dan aarde aan onze voeten,

En rust in vaster middenpunt.

Hoe hoog gij zijt in levensftand, Hoe ncedrig in het ftof geboogen;

Is liefde tot uw Vaderland De fterkfte drijfveer van uw poogen,

Heeft deze deugd uw hart verhit,

Ziet gij het alleredelst wit, Het heil des Volks voor oogen zwecven,

Verëenigd met uw zelfbelang; Gij zijt in 't nuttig burgerleven

Verheven tot den hoogften rang.

Hier

Sluiten