Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3*

PRLJSVAARZEN.

Aartsgoedheid s eindloos uitgeftrekc!

Die niets dan dankbren eerbied wekt! 'k Mag zo veel heerlijkheid bij aanvang reeds aanfchouwen,

Als vonken, hier en ginds verfpreid

Door 't Zonlicht der Gerechtigheid, De Zuil van mijn Geloof, mijn hoop en hoogst vertrouwen!

4'4> 44>

Befchouwkracht! welk een grootsch verfchïet

Heerscht — heerseht alöm in 't Godsgebied! Gij ziet een Starrenheir, zo heilvol als verheven,

Ten reië gaan met onze Zon,

Terwijl ons oog deez' lichtenbron Ziet ordning in den loop van tijd en ftonden geeven. —»

44>

ó Tijd! Geleider van 't geluk!

Aanbrenger van vermaak en druk! Volflandig richtpunt van mijn hoopend zielsverlangen'.

Leer mij uw waarde toe aan 't graf!

Dan zal, leg ik dit leven af, Mijn zie! in 't Godlijk bloed de kroon der deugd ontvangen,.

«H» 4*4>

6 Groote, ó goede God! hoeveel Ontdekt ons oog op 't aardsch tooneel! Elk flofje draagt hier 't merk der beste Vaderzorgen» Het aêmt, en juicht: ,, mijn God is goed: ,, Hij ftort een' milden overvloed >, Onfchatbre vveldaên uit, van d' avond tot den morgen!

Door

Sluiten