is toegevoegd aan je favorieten.

Proeven van Nederduitsche welsprekendheid.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 PROEVEN VAN NEDERÏ>UITSCHE

die V verklaarde uit den Griffier te weeten 9 Verjlendight te zyn; hoe fchier de ganfche Majeftraat, bericht van het ftuk, zich willigh toonde, om met ernfl de handt daaraan te houden : jaa dat hy zelf, tot msermaalen, met Martini daar af gefprooken had. Een' andre hartvoghtigheit bleek aan Andries Koppicr, hoewel booven maate, en tot fcheurens toe, gerekt. Wel verklaard' hy zich eenen Hollander, natuurlyken broeder van de huisvrouw des Griffiers; ende dat deez hem tot het zeeghelaarfchap der brouwerye gevordert had: maar 't was in de maght der pyne nooit, hem echter yets uit te wringen, tot belafting van Martini. Voorts gebeurd' het, dat de flokhouder, ziende deezen gevangen in zoo deerlyk een' fchyn, de huisvrouw des zeiven ontbood, om hem 't ingewant en de leeden, met wat warms te koomen verzachten. Deeze vervoeghde zich terflondt by haar' fchoonzuster; die een zuipen gereedt maakte, haar beveelende dat aan haaren man te draaghen, en op 't fpoedighft weederom te keeren. Koppier, 't zelve genuttight hebbende, keverde 't potteken weederom, en luiflerd' haar toe; zy zoude dén Griffier, oft zynen klerk, Meefter Boudewyn van Barlekom, vertoonen V geen onder op den boodem, met de naaide zyner na/leling gefchreeven fond. 'T gefchiedt zoo: en zy fpeuren, daar, in 't zwart, geel kooperveiwighe letteren

ge-