Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORNAAMSTE ZAAKEN. [VI Afd. 48

van de eerste Christenheid. . XI. 490 Pilatus Verhandeling om te onderzoeken of hy in der daad een Brief over Jezus Christus aan Tiberius geschreven hehbe , door O. Altman. I. . 259 Pinna , een groote Schulpvisch in de Middellandsche Zee, berigt wegens den. zekven. IV. 456 Planten moeten als levende Schepsels voortgekomen zyn uit een Ei , IV. 311. De Zaden zyn de Eijeren der Planten, ald. Deze Zaden worden vrugtbaar gemaakt door eene gemeenschappelyke ontmoeting der onderscheidene sexen ald. De Bloem bevat de Werktuigen der voortteeling Zie Bloem. Wysheid in de schikking , waardoor de duurzaamheid van de voortteeling der Planten, door telgen , wortels en pooten bevorderd wordt, IV. 315. Zie ook Zaden. Ongemeene vrugtbaarheid der Planten, 318. Iedere Plant heeft eene geaartheid gekregen, byzonderlyk geschikt naar het Klimaat , waarin zy moest groeijen, 355. De wyze, op welke de Planten groeijen , werkt dikwyls mede tot de behoudenis van haar en anderen, 357. Dit opgehelderd uit het gestel der Boomen, ald. Zie ook Boomen. In Planten, die met doornen bezet zyn , 359. In Duinhelm Zie aldaar. In Gras. Reg. voor het Mengelwerk, enz.

Zie Gras. Planten keeren; wanneer zy sterven, tot Aarde , en vermeerderen de vrugtbaarheid, 361 De onderscheidene deelen vandezelfde Plant dienen somtyds tot voedsel voor onderscheidene soortèn van Dieren. 468

Planten en Dieren , Vertoog over de groote gelykheid tusschen dezelven. XII. 196

Plato, de Filozoof, Berigt wegens zyne denk- en leerwyze en andere byzonderheden, hem betreffende. XI.

281, enz.

Plato en Fenelon, gesprek tusschen dezelven. VII 251', enz.

Plato en Madetes, hun gesprek of de Epikurist bekeerd. XI.

• . , 19

Plinius den Ouden , Samenspraak tusschen) en Plinius den Jongen. XII, 206.

Poëzy, Beschryving van het Koningryk , dus genoemd, uit het Fransch van den Heere de Fontenelle. X. 241

Pogatschew, Jemeljan) Berigt wegens het leven Van dezen vermaarden Russischen muiteling, XIV. 201;

Polen, staat op het punt van drie Koningen te hebben ; VI. 283. Gedrag van Czaar Peter in dat tydsgewrigt.

284

Pompeja in den jare 76 onder de brandende Stoffen van den Vufuvius begraven. I. 23

Pompoen, dè Ekel en de) een, Digterlyke Fabel. X. 392

Pomponius Attiku Zie Attikus D Pope,

Sluiten