Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

356 Brief van een' Officier

Mynheer,

Gy hebt my zeer wyslyk het slagveld overgelaaten ; want schoon gy eerder myn meêlyden dan myn' toorn behoorde gaande te maaken , kan een woordenstryd my ligtelyk tot moeijelykheid verwekken, en waarschynlyk zou de uitslag daarvan niet tot uw voordeel geweest zyn. Gy weet dat wy krygslieden niet veel kunnen verdraagen ; en waarlyk gy, heeren Vrygeesten, maatigt u dikwyls zulke vryheden aan, gy doet u op zulk een' toon van kinderlyke moetwilligheid hooren , wanneer de ernstigste zaaken verhandeld worden, dat men sterk in verzoeking geraakt om u over uwe onbezonnenheid en zotten klap de behoorlyke straf te doen gevoelen. Nochtans is het waar dat gy, eer deeze rechtmaatige gramschap in ons recht ontvlamt, zorgvuldig genoeg zyt om uwen dierbaaren persoon tegen de dreigende gevaaren in veiligheid te stellen

Uit dit begin, Mynheer, kunt gy myne vrymoedigheid afneemen. Ik zal op deeze wyze voortgaan, na dat ik u gezegd heb, dat het my weinig verschilt of myne wapenen glinsteren , wanneer zy slechts goed gehard zyn. Schoon ik my aan den krygsdienst heb toegewyd, lees ik echter veel, en verstaa my tevens op de konst van het gelezene natedenken. Gaarne zoude ik u ook tot nadenken willen brengen. Zo ik myn oogmerk misse, het is voor uwe rekening; ik meende deezen brief aan uwe deugd verschuldigd te zyn, en ik wensch dat gy denzelven tot uw nut zult aanwenden.

In myn twintigste jaar maakte ik my tot een'ongeloovigen, een' philosooph , een' sterken geeft, gelyk gy. Ik deed dit alleen om my aan de heerschappy der mode te onderwerpen , die zich in deeze eeuw zelfs tot het geloof uitstrekt; en, om niet laag, gelyk het gemeene volk, te denken. Ik zou de verzoeking van my in de klasse te stellen der lieden , die weeten te leeven , hebben kunnen wederstaan; maar, ik beken het u vry uit, het beroep

eens

Sluiten