is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene oefenschoole van konsten en weetenschappen. Zesde afdeling. Behelzende mengelwerk van vernuft, konst, geleerdheid, enz.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

446 VERHANDELING OVER DE

herinnering weezen van dwaalenden te recht gebragt, en onbedachten uit den slaap der zonde te hebben opgewekt? Hoe weinig komen alle schatten der waereld in vergelyking by de bewustheid dat wy een ziel van het verderf hebben gered! Ja het is onbetwistbaar zeker dat de hevigste aanvallen van pyn en ziekte , dat onze bekommering voor hen die ons in het leven dierbaar waren, dat de herinneaan onze menigvuldige afwykingen van de Goddelyke geboden en alle andere verschrikkingen des doods , alleen door het inwendig getuigenis van een bevredigd geweeten konnen overwonnen worden.

De Heidenen zelfs konden den dood moedig onder de oogen zien , indien hun geweeten hen maar niet beschuldigden. Echter was hun hoop op een' toekomenden staat, tot welken zy zouden overgaan, niet alleen duister en onzeker , maar ook dikwerf geheel valsch , en verzeld van ontelbaare dwaalingen, uit een bedorven vernuft voortgeteeld. Een Christen, integendeel, weet met alle zekerheid, dat een onvergangklyke kroon in den hemel op hem wacht, dat hy dit sterflyk ligchaam nu alleenlyk aflegt om het, als een verheerlykt ligchaam , in den dag der algemeene opstanding , weder voor eeuwig aantetrekken. Hier, hier is het dat zich het licht der Goddelyke openbaaring in al zyn kracht en luister vertoont. De verdienste van den Heiland der waereld, ons door het zaligmaakende geloof toegeëigend , verwerft ons een heerlykheid , waarvan een Apostel getuigt , dat zy alleen bereid is voor den geenen welken God lief hebben. Kan nu een Christen wel met ongerustheid , met bevreesdheid sterven ? Welke nieuwe, welke verrukkende tooneelen openen zich hier niet voor onzen peinzenden geest!

Het goedertieren Opperwezen heeft ons alleen in deeze waereld geschapen opdat wy , trapswyze , meer en meer, tot de kennis zyner Goddelyke volmaaktheden zouden opklimmen. In het tegenwoordige leven leggen wy alleen den grond tot deeze kennis , zo verre het , naamelyk, met de gesteldheid en omstandigheden van ons ligchaam

overeen-