is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene oefenschoole van konsten en weetenschappen. Zesde afdeling. Behelzende mengelwerk van vernuft, konst, geleerdheid, enz.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GERUST HEID IN HET STERVEN. 447

overeenkomt. - Hoe gering is niet de kundigheid welke zelfs de grootste vernuften van de Goddelyke volmaaktheden of de werken der Schepping hebben ! Hieromtrent zyn Newton en Leibnitz niet dan beginners. Zy bevonden dat het perk huns levens aan eenige weinige jaaren bepaald was, waarin zy naauwlyks iets van den wyden omvang der Goddelyke majesteit konden bevatten, hoe uitmuntende hun schranderheid ook weezen mogt. Thans neemt hun kundigheid , omtrent dit uitgebreid Heelal, meer en meer toe; hun geest is van de stoffe, waarin zy als opgesloten wierd , geheel bevryd ; zy beschouwen thans de heerlykheid van hunnen Maaker in recht schitterenden luister; en deeze beschouwing, deeze toeneeming in kundigheid, blyft voortduuren tot in alle eeuwigheid. Wie kan woorden vinden om dit denkbeeld van den toestand der zaligen uittedrukken? De enkele voorstelling dier zaligheid maakt reeds in dit leven zo veel indruk op het hart van nadenkende Christenen , welken overeenkomstig met hunne roeping wandelen, dat hiervoor alle treurige gedachten verdwynen , en zy een' verkwikkenden troost in het midden der tegenspoeden gewaar worden. Deeze voorstelling zal ons nog levendiger treffen , nog krachtiger vervrolyken, wanneer onze ziel het bezit zelf zal naderen, en tot den zetel der uitverkoorenen verheven worden. De Goddelyken openbaaring leert ons dat de zielen, onmiddelyk na den dood hunner ligchaamen, tot het verblyf der zaligheid opklimmen , op het geleide der engelen, die , als bereidvaardige geesten, uitgezonden worden tot dienst der geenen die de zaligheil beërven zullen. De bezigheid dier aangelande zielen zal voornaamlyk geschikt weezen om God, naar zyn wezen en eigenschappen, zodanig, en in die volmaaktheid te leeren kennen , dat zy zelve daardoor een volmaakt geluk genieten.

Deeze kennis, zegt zeker verstandig Godgeleerde , zal inzonderheid werken op hunnen wil; dewyl de ziel, als een geest zynde, uit verstand en een' vryen wil bestaat. Zy zullen in de tederste liefde jegens God als hunHh 4. nen