is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene oefenschoole van konsten en weetenschappen. Zesde afdeling. Behelzende mengelwerk van vernuft, konst, geleerdheid, enz.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

448 VERHANDELING OVER DE

nen grooten Weldoener ontbranden , en hem derhalven voor zyne ontelbaare gunstbewyzen vuuriglyk dankzeggen. Zy zullen hem als de eenige bron van hun onschatbaar geluk beschouwen, en hiervoor zyn Majesteit onophoudelyk verheerlyken. Zy zullen van de eene geneugte tot de andere overgaan ; zy zullen de eene vreugd na de andere smaaken; zy zullen het eene lofgeschal na het andere aanheffen , en dus zich in de ongestoorde bezitting hunner zaligheid geduurig verbeugen. Dit zyn alle gevolgen welken uit de beschouwende kennis van het opperste Weezen ten klaarsten voortvloeijen , en waarvan ons de heilige Schrift met duidelyke woorden verzekert. Hieruit kan men ligtelyk opmaaken , welk lot de geslaakte zielen der Godloozen ten deel zal vallen. Zy zullen van voor het aangezicht der Godheid verstooten worden , zonder iets van dat zuiver genoegen te ondervinden , hetgeen de uitverkorenen in de kennis van het aanbidlyk Opperweezen smaaken. Zy zullen de vreesselykste wroeging van hun geweeten moeten uitslaan , hetgeen hen geduurende de gantsche eeuwigheid zal folteren. Zy zullen, in de herdenking aan hunne euveldaaden , de wreedste smart gevoelen , en de uitwerkselen van Gods wreekende gerechtigheid, by de onophoudelyke pynigingen van hun geweten, op het vreessclykste gewaar worden, en hierin zal voornaamelyk bun hel bestaan.

De hedendaagsche wysgeeren hebben een vraag opgeworpen, welke niet ligt te beantwoorden is , dewyl wy hieromtrent niet dan gissingen konnen te berde brengen. Of, naamelyk , de ziel , na haare slaaking , geheel zonder ligchaam blyven zal, dan of zy door de Godheid met een veel fyner en ligter ligchaam omkleed zal worden ? Men kan , zekerlyk, voor beide deeze gevoelens gewigtige redenen bybrengen ; en , indien men 'er slechts de leerstukken des geloofs niet onder betrekt, konnen beiden met het samenstel van den Godsdienst wel overeen gebragt worder. Het is ons om het even , of de ziel, na het verlaaten van deeze waereld, ook met eenig ligchaam bekleed zal worden,