Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zevende vertoog 153

noodige hoedanigheden hebben , om eens verstandige menschen te worden. Kan men echter wel hoopen ■, dat 'er van hen iets' zal kunnen komen , daar zy op zich zelven gelaaten , en door het voorbeeld der ouderen verleid, hun toekomend verderf onbezorgd te gemoete snellen? Indien nu de voorschreven inrichting eens tot stand gekomen ware, dan zou men den heer Altydvol zyne kinderen ontnemen , en hen op zyne kosten laaten opvoeden.

Het huis, dat men tot dit oogmerk stichtte, zou echter in waarheid niet klein moeten weezen ; want by een naauwkeurig en pligtmaatig onderzoek, zou men bevinden meer kinderen te moeten innemen, dan men in 't eerst gedacht had. Zo dikwyls Ik de beide dochters van Mevrouw Ydeltuit zie, zo dikwils wensch ik haar onder beter opzicht te beschouwen, dewyl de meisjes zulks verdienen. Mevrouw Ydeltuit is eene weduwe uit een adelyk geslacht. Ik wil haar geenszins in haare adelyke deugden verkorten , ondertusschen is het zeker dat zy meer adelyke voorouders dan geld heeft, en men is, ten minsten in onze dagen, van gevoelen, dat het geld meer adel geeft dan de verdiensten. By dit alles is Mevrouw Ydeltuit op zulk eene zotte wyze hovaardig, en zo hoogadelyk, dat zy gelooft, dat het haar geslacht tot eene eeuwige schande zou gedyen, indien de freules, haare dochters, iets leerde 't welk volgens haar gevoelen alleen voor den burgerstand geschikt is. Amalia , de oudste nam onlangs de boerin haar spinrokken uit de hand, en dat alleen uit loutere nieuwsgierigheid, om te bezoeken of zy ook niet kon leeren spinnen. Mevrouw Ydeltuit verscheen juist op het oogenblik daar, en was byna in zwym gevallen , op het zien dat haar hoogadelyk bloed op zulk eene verregaande wyze gehoond werd. Amalia ; riep zy toornig uit, indien ik niet wist dat uw vader een goed oud edelman geweest was (God verhoede dat ik hem in zyn graf nog onteere!) zou ik denken dat gy uit gering burgerbloed waart voortgesprooten. Wat zou hy zeggen, wanneer hy de freule, zyne dochter, aan het spin

VI. afd. XIII. deel l rok-

Sluiten