is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene oefenschoole van konsten en weetenschappen. Zesde afdeling. Behelzende mengelwerk van vernuft, konst, geleerdheid, enz.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90 GEDAGTEN OVER DE ONDERSTEUNING

ven op eene welberadene keuze der voorwerpen, op eene behoorelyke maat in de giften, en op eene bekwaame manier om ze te besteeden.

Zo verre myne waarneeming strekt, schynt in 't algemeen eene nederige zedigheid de waardige voorwerpen te vergezellen, waardoor men menigmaal verpligt wordt om ze te zoeken , en omtrent sommigen , wier staat weleer aanzienelyk was, is de manier, op welke men hen behoort te helpen , eenigzins teder, 't Zou naar wreedheid zweemen hen met de gemeene armen gelyk te stellen, of hen onderstand te geeven uit de openbaare giften, die de mildheid van de rykste en weldaadigste leden der verscheidene gemeenten , waartoe zy behooren, voor hunne behoeftige broeders verordend heeft.

Indien de tegenwoordige hulp alles is , wat hun geval vereischt, laat hen dan niet voor zig zelven daarom verzoeken ; maar laat een goed vriend , of een nabuur of twee, hen van dien harden post ontheffen door te verzamelen 't geen zy noodig hebben. Dit is , dunkt my , niet meer, dan voor anderen te doen , 't geen wy in zulke omstandigheden gaarne zouden willen dat men voor ons deed.

Indien 't geval van dien aart is, dat het eenen geduurigen onderstand vereischt, behoorde eene maandelyksche, vierendeeljaarsche, halfjaarsche of jaarlyksche inschryving onder de weldaadigen te geschieden , naar maate van ieders menschlievendheid en omstandigheden.

Wanneer 't saizoen streng, 't werk schaarsch of de leevensmiddelen duur zyn , is 't evenrediger en van meer kragt, algemeene inschryvingen, tot ondersteuning der behoeftigen in ieder kerspel, wyk of andere byzondere verdeeling te bevorderen, dan te gedoogen, dat een klein getal van weldaadigen en menschlievenden al te veel bezwaard wordt, terwyl menig een, wiens vermogen even groot, zo niet grooter is, de laagheid heeft van zyne kas geslooten te houden.

't Zou niet kwaad zyn, dat zy, die , uit goedhartigheid ,