Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

240 DE GODINNEN.

„ zig bevlytigt, om de menschen tot wysheid en deugd „ te vormen."

„ En de myne, om de menschen zelven te vormen, die

de ander —; "

Een schielyk oproer brak haar gesprek af. Alle Godinnen , zelfs de oude grootmoederlyke Ceres, verborgen het aangezigt agter de handen, en gromden elkanderen haar ongenoegen over de onbeschaamdheid haarer Medegodinnen toe. Maar Jupiter beval Merkuur, beide de geraamten weg te brengen, wier gezigt hem het vermaak van zynen hemel verbitterde. „ Neem ze maar aanstonds mede naar „ den Styx", zeide hy : „ want waarom zoudt gy eene ,, dubbele reis doen ? Pluto zal ze zekerlyk voor schimmen

aanzien."

Voorts wendde hy zig met de volgende aanspraak tot de Godinnen der wysheid en der liefde: ,, Ziet daar de ge„ volgen uwer oneenigheid! Ziet daar de vrugten uwer „ uitfluitende heerschzugt! Wy allen, zo veel 'er zyn , „ behoorden eigenlyk slegts één' tempel, slegts één altaar „ te hebben. Want de mensch is noch voor de wellus,, ten van den geest, noch voor de wellusten des lighaams „ alleen geschapen: in beiden stort de overmaat hem in „ elende. Gelyk de uiterlyke mensch zonder de veree

niging onzer weldaaden , zonder mynen aether , en

zonder uwe lugt, ô Juno, en zonder uwe wateren, „ Neptunus , en zonder uwe koornairen, ô Ceres , en „ zonder uw vuur, Vulkaan - ".

„ En zonder mynen wyn," viel Bacchus hiertusschen in , den beker opheffende. ■

„ niet bestaan kan: dus kan de inwendige mensch

,, ook, zonder uwe vereenigde gaaven, zonder uwe wys„ heid, Minerva, zonder uwe ingeevingen , ô Venus, „ zonder uwe Muzen, Apol, tot geen' volmaakten bloei „ komen; en de geheele mensch kan ons allen • "

O! welk

Sluiten