Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men geeve dan dit boekjen alleen zulke kinderen iö handen, die reeds in het leezen zoo verre gevorderd zijn , dat zij met verftand en oordeel kunnen leezen. — En op dat het gevoeglijk in één Jaar zoude kunnen afgehandeld worden, laate men hen ieder week ééne afdeeling , of les , zaaklijk, en niet woordelijk, van buiten leeren; handelende de Onderwijzer met hun één of twee uuren, op den bepaalden dag in elke week, over die les, welke zij die week geleerd hebben : om hun de daar in voorkomende zaak, ofzaaken, met bijvoeging en vermeerdering van voorbeelden nog duidelijker en bevatlijker te maaken.

Intusfchen leere men hen de verbuiging der buigbaare woorden, en laate hen uit de bijgevoegde lijst dagelijks dén of twee woorden verbuigen, zoo lang, tot zij daar zoo ervaaren in zijn, dat zij het zonder gebreken kunnen doen; — vervolgens laate men hen de werkwoorden vervoegen; ■—— en, zoo dra zij dit ook zonder gebreken doen, laate men hen, eindelijk, de, in het tweede Stukjen voorkomende, met opzet flecht gefpelde voorbeelden of opilellen, overfchrijvea. —

Zie

vat

Sluiten