Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 6 >

I ' .BE

DANKENDE HANDWERKSMAN. Wyst: Hoe zoet is 't daar de Friendfchap woont.

Ik juich in myn gezegend lot:

Ik heb het geen ik vroeg; Aan rang en rykdom, buiten God,

Heeft niemand ooit genoeg, 'k Heb ruft en daaglyks onderhoud, Geen vyand, die my onheil bróuwt,

Wiens heil is 't myn gelyk!

't Is waar, ik werk van d'uchtendftond,

Tot aan <len avond toe; Maar 't werken maakt myfterk, gezond,

En tevens bly te moe. Ik ben tot werken toebereid, En noem de vuige ledigheid

Een peft der Maatfchappy.

Wat

Sluiten