Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 19 )

altyd met gemaatigdheid, met voorzichtigheid en vooral met menfchelykheid. De wyze Bevelhebber bezocht de Volkplanting hy zag alles door zyne eigen ooeen hy hoorde de klachten, verbeterde de misbruiken, altyd'gereed om in alle inrichtingen intelluipen; hy was vooral ten uiterfte oplettend op de gangen der mindere Amptenaaren der Maatfchappy , de geringde kwelling der Planters van hunne zyde, en de dievery tegens de Maatfchappy werden hierdoor of voorgekomen of ftreneelvk gedrafr. ° J

Dewyl de Planters oorfprongelylc uit verfchïllende Geweden van Europa waren, volgde daaruit, dat hun Godsdienst ook yerlchilde, 't grootde gedeelte echter uit de Vereenigde Nederlanden , die de har vorming hadden aangenomen, gekomen zyndë, was het grootfte'gedeelte der Planters gereformeerd. Voorts waren de vrouwen uit de Weesbuizen genomen zekerlyk gereformeerd en moeiten natuurlyk een gedacht voortbrengen , 't welk den Godsdienst van zyne Voorvaders beleed,het was dan natuurlyk, dat de Bevelhebber den Godsdienst van zyne Overheid, en dien van 'tgrootfte gedeelte zyner Planters als den openbaaren en heerfchenden invoerde. Riebeek deed een vertrek van 't Kaftcel tot eene Kerk bekwaam maaken, in de kleine Volkplantingen bouwde men eerft lootfen tot dit gebruik, en deze kleine kerken werden alle beftemd om 'er den Godsdienst op de wyze derHervormden in te verrichten ; doch niemand werd bedwongen dien Godsdienst te volgen, en iedereen had bde vryheid om het Opperwezen op zyne wyze aanteroepen. De lutherfche Duitfchers , een tamelyk goed °etal uit maakende, werden aan zich zeiven overgelaaten: men liet hen leeven naar 't licht van hun eigen geweeten men gaf hu» geen Herder; misfchien begingRieWeen' misdag hierin' doch aangezien de vooroordeelen dier tyden fchynt dé misdag verfchoonlyk; en 'er is waarfchynlykheid dat zyne meefters 't niet goed zouden hebben gekeurd' indien hy anders gedaan had. Wat hen belangt, die'der» Roomfchen Godsdienst beleeden, zy moeden in gerineen getale zyn ; misfchien was ;er zelf geen eer.; want alle de tranfchen gekomen om zich aan de Kaap nedertezeten hoewel zy een zeer groot getal uitmaakten, hadden hun Vaderland verlaaten onder 't wezenlyk of fchoonfrhv »*nd voorwendfel van vervolging om den Godsdienst, ^ z eene

Sluiten