Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 2T )

derde klaffe uit; en deze wordt gefmaldeeld; i.ih de gezetetj Burgers, Landbouwers, Handwerkslieden, Winkeliers enz. i. in de Burgers, welke in de Burgerkrygsdienft, Zoo te voet als te paard zyn; 3. in de Diendboden, Slaaven enz. Deze klaffe, de Dienllboden en flaaven uitgeflooten, is eene der klaagende, en die, welke met recht de fpoedigfte en krachtdaadigfte verbeteringen vordert.

De Planters buiten de Stad en die der drie overige ftreeken, onder den algemeenen naam van Boeren, maaken de vierde klaffe uit. Deze klaagt mede en maakt met de derde eene gemeene zaak, zy verdient vooral, dat men byzonderlyk achting voor haar befoone.

Ik had mifichien de twee laatfte klaffen der bewooners der algemeene Volkplanting in den eerden rang behooren te (lellen; Zy verdienen zulks ongetwyfeld door hunne nuttigheid, hunne gefchiktheid en hunne andere gezellige deugden, doch zy zyn , als men 't wel begrypt, alleenlyk' famengelteld uit Planters ; en het was natuurlyk de twee klaffen , die 't algemeen betlier der Volkplanting uitmaaken, voor haar te plaatfen, omdat zy of bellieren, of deel hebben aan 't algemeen bellier. Alle deze ingezetenen maaken ten minde een getal van vyfentwintig of dertig duizend zielen uit. Zié daar de Bevolking der Kaap.'De Vrouwen zyn'er zeer vruchtbaar, en al 't geen onder deze fchoone luchtdreekadem baalt,'heeftrykelykdeel aan de nataurlyke vruchtbaarheia des gronds. De Natuur fchept vermaak om'er alle haare rykd ommen te vertoonen.

De eerde klaffe verfchaft de Leden waaruit de verfchillende Vergaderingen, die 't burgerlyk bedier der ganfche Kaapfche Volkplanting uitmaaken , famengedeld zyn, indien men 'er eenige leden by telt uit de derde klaffe genomen , deze zyn in geringen getale en alleen voo* de form; want hunne ftemmen, hoewel bediffende, volgen altyd 't gevoelen der Meerderheid , 't welk 't gevoelen der Regeering is, of worden nutteloos gemaakt door die groote meerderheid der Hemmen der Maatfchappy.' Het is aanmerkelyk, dat eene Volkplanting van een Gemeenebed of ten minden gedicht onder het opzicht van een Geraeenebed, welks regeeringsvorm byna eene Volksregeering is , en byzonderlyk door 't zelve befchermd , onder 't bedier daat eener Regeering , die meer dan eenhoofdig is, toevertrouwd aan leden , die ingezetenen van een Gemeenebed zyn. Deze tegendrydigheid is des te zonderlinger , dewyl de Planters geen onderdaanen

va»

Sluiten