Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 20 )

CORNELIO.

Zeef gaern, Mynheer, indien dit het Gezelfchap eenig genoegen kan veroorzaaken.

J u f f R. N.

Ja wel; Mynheer, in den hoogften graad, wy allen verlangen daar na.

Cornelio.

Dit is voor my genoeg gezegd om aanftonds de Vingers, de Doeken en alles wat 'er toe behoord , weer in beweeging te brengen, om na

myn vermogen 'c Gezelfchap te diverteeren

Kyke dan maar rekt ute, wat kom un daar te fien?

Bartel.

Een Hond. — Een dollen hond. — Wat

d 1 de beweeging isnatuurlyk, — 't is of

hy raazend was, —■ dat is mooi! —— Cornelio.

Goed geraden. — Kyke dan maar , daar fien un de Landfcappe in de Wintere, met de akele met de fneeuw met al de bakage die et komme te maak fo koudte! — O lette op de Boere, op de Burkere , un flaan in de arm en make de tril tril van de beef, van de fcerpe windte, —o un fyn fo koudte. — Daar fien un loop de krootte Ondte. — Kyke de Boere reis retireer, kyk un fyn verfcrikket, un fyn desperate; un fcreeuw, un roep, o daar is de Wolfe, de beeste om ons te kom verflind, en te keef de ap, o dat is curieus om te kyk oe un kom te kaan akterute.

Keeve maar verder akte, Mesfieurs & Mesdames! daar komme de Boere in de Stadte. — Kyke oe un daar kom te rencontreer de Elde van de Vry-Corpfe met de mooije rokke, met de keweere, met de bajonetce, met de bandeliere,

fraai

Sluiten