is toegevoegd aan uw favorieten.

Dichtöeffeningen van het kunstlievende genootschap, onder de spreuk: Studium scientiarum genitrix.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'ZE T) E N D I C H T E N. 65

Waer gij, o Allerhpogfte! trad,

Verfcheen de pest, van ftad tot ftad; Een gloerjend vuur ontftak de wolken;

Gij mat, door uwe onzigtbre hand,

Het erfdeel in 't beloofde land, En fcheurde 't fnoer der vreemde volken,

Daer alles uit zijn fiandplaets' week; De bergen vloden voor uwe oogen; De heuvels werden neêrgebogen; Schoon uw verbondstrouw in geene eeuwen zelfs bezweek.

'k Zag Kuzans tenten ijdel treuren, En Midians gordijnen fcheuren.

Was uw geduchte toorn in brand'! Zweefde uwe gramfchap op de vloeden! Deedt gij de zee verbolgen woeden!

Of wilde uw opgeheven hand Den bodem van het meir ontblooten,

Terwijl uwe almagt wonders wrocht!

Neen! gij verfchafte, op uwen togt, Met uwe waegnen heil aen alle uw reisgenooten. IV. Deel. E De