is toegevoegd aan uw favorieten.

Dichtöeffeningen van het kunstlievende genootschap, onder de spreuk: Studium scientiarum genitrix.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEDENDICHTEN. 6j

De kruin der dorpliên werd doorboord, De fclirik des krijgs alötn gehoord y

Waer Isrels ftammen henetogen; De vijand ftormde gansch verwoed, En juichte, vol van trotfchen moed';

Maer gij, o God der oorelogen! Gij braekt hun zwaerd en fpiets aen twee;

Uw volk verooverde all' hun vesten;

Het toog van 't oosten tot het westen, En mat zijn erffnoer uit tot aen de groote zee.

Gedenke ik aen de wonderwerken, Waer door ge uwe almagt liet bemerken ,

Tot ftaving van uw wijs befluit, Ik voel mijn ingewand beroeren, Mijn' droeven geest door angst vervoeren;

Mijn lippen roepen bevende uit: Waer berg ik mij in all' de ellenden!

Maer neen, mijn ziel, met God' te vreên,

Berust iii Isrels tegenheên, Al rukt de vijand aen met zijn verwoede benden.

E a Schoott