is toegevoegd aan uw favorieten.

Dichtöeffeningen van het kunstlievende genootschap, onder de spreuk: Studium scientiarum genitrix.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEDENDICHTEN. 85 Hij, die, in 's aerdrijks uchtendftond', 't Heelal, op pijlers van zijne almagt', heeft gegrond, £11 kunftjg afgemeten, Schijnt nu geheel van fcheppingkragt' ontbloot; Hij wordt geofferd aen den dood, Door fnooden, die hunn' God verraden en vergeten.

Hij, rijkgekroond met fchooner glans', Dan all' de lichten aen den heldren hemeltrans, Moet fmaed en fchand verdragen; De fatan fielt, in 's Heillands worftclperk, Op Golgotha zijn magt te weik, Daer dood en afgrond zelfs den Zoon van God belagen. \

Helaes! de bange ftrijd vangt aen! Nu is het wrevlig rot des vijands reeds ter baen'; Zijn magt is aengetogen: Staekt, wreedaerts, ftaekt uw godöntëerend woönl Nooit zult ge aen uwe wraek voldoen ; Neen; eerlang wordt ge een prooi van uw doldriftig poogen,

Maer, ach! wat Wreed, wat aklig uur!

Wat ftaet mijn' trouwen Borg' het pramend lijden duur!

Wat doodelijke trekken!

Zijn oog getuigt van 't hartöntroerend leed;

Zijn aenzigt druipt van 't klamme zweet:

Hoe fprekend kan men hier de bittre fmert ontdekken!

F 3 Da