is toegevoegd aan uw favorieten.

Dichtöeffeningen van het kunstlievende genootschap, onder de spreuk: Studium scientiarum genitrix.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ai* FRIJSVEERZE N.

,, Uw goud, gezegend goud! heeft Harpagon bewogen! — „ Mijn' lieven Vader aan het kerkerhol onttogen "! — Gij hefte 'tlieve kind, vol blijdfehap, van den grond j Toen reeds de grijsiiarlf zelf daar voor onze oogen ftond! —•

Gevoelig oogenblik! — ge omarmt den ouden tceder, Daar't kind uw handen drukt, en plaatst hem naast u neder.— ,, Ik eisch (dushieft gij aan:) ik eisch geen dankbaarheid! — „ De Godheid heeft alleen verlosfing u bereid:

Zij hoorde uw frfieekgebed, verhoorde'tuit den kerker! — „ Hij, die dit goud mij fchonk, hij was uwheilbewerker! — ,, Uw onfchuld trof dit hart: — ik heb mijn' pligt betracht: „ Voldaan, dat God die gunst mij waardig heeft geacht"! — 'k Zag drie gelukkigen hier dankbre tranen menglcn! ~Zoo kan de ware Deugd den fterveling verënglen!' — 't Genoegen van mijn' Vriend, in zulk een braave daad — De vaderliefde, die verlpreid lag op 't gelaat Van'twichtje (een vreugd,die eer gevoelt wordt dan befchreveii!) En de achrbre Grijsiiaart, die de rampen van dit leven •— Zijn kluifters — 't kerkerhol — zijn armoi zelfs, vergat: ■ En, daar hij 'tlieve kind in klemmende armen vat, Zijn' ftaat niet ruilen zou voor al den fchat der aarde! — Hij kent — gevoelt zijn heil — gevoelt het loon— de waarde Der onfchuld,. die bij God altoos befcherming vindt, En fmeektdeAlgoedheidvoorzijn'Redder, voorzijnKind! —

Zie