Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

flos D E G E U Z E N.

Wijl Tweedracht, uit de Hel ontfioten,

Gantsch Nederland in onrust zet, En 't menfchenbloed, alom vergoten,

Rivieren, kust, en zee befmet, Vult zachte vreê, de Deugdsbelooning, 6 Rozemond! uw hart en wooning;

In beide is alles even rein! Geen drift zweeft om in 't zedig harte; Geen weelde wekt onnutte fmarte;

Het needng huis is net en klein.

Drie kindren, zoete en waarde panden,

Gewenschte vruchten van haar trouw, Vernaauwen nog de teedre banden,

Zo heilig bij de kuifche Vrouw! De grootfte zoen, nu zeven jaren, Spreekt reeds van op de zee te varen;

Het meisjen fpeelt aan moeders fchoot: De meerdre gunst fchijnt haar te fpijten, Wanneer de moeder, op het krijten

Van 't zuigend wicht, de borst ontbloot.

Een

Sluiten