Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPELER en AANSCHOUWER. 3?

te, fchoonheid of uiterlijk voorkomen waren?Ik ben van gevoelen, dat het zelfs ten uiterften ongevoeglijk zoude zijn, zo het plaats had, dat onder alles , wat een tooneel betreed, eene even gelijke mate van fchoonheid , bevalligheid of verhevenheid ware uitgedeeld; ik ga verder, ik durf zelfs vast ftellen, dat het noodzakelijk is, dat 'er niet alleen onder de tooneelfpelers een onderfcheid in de trappen van uitmuntende uiterlijkheden zij, maar dat eenige dezer perfonaadjen geene dier volmaaktheden bezitten.

Zekerlijk zullen regelmatige wezenstrekken , een edele zwier, een behaaglijk voorkomen, enz. ons innemen ten voordeele van iemant die op een tooneel verfchijnt; maar men heeft rollen, waarin de tooneelfpelers het onderwerp meerder dienst doen door eene mate minder bekoorlijkheid , dan men anderszins eischt: bij voorbeeld, het zal ons in Nero meer treffen, wanneer Poppea meer bekoorlijkheden heeft dan Octavia, omdat wij het gemaklijker met onze verbeelding plooijen , dat een man om eene fchoone vrouw zich van eene ontdoet, die minder fchoon is, dan dat wij hem eene fchoone vrouw zien verftoten om eene lelijke. Zouden wij in den Cadi dupé eene fchoonheid willen zien in eene actrice, wier lelijkheid den Cadi moet walgen? Wat men zegge, nooit zal ons hart met genoegen een oud en lelijk wijf zien verbeelden door eene frisfche en fchoone jonge actrice j hce lelijk men haar toetakele; en nimmer C 3 zul.

Sluiten