Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l56 BRIEF

des dichters, Irj de lezing terftond te vatten; maar dit is niet zo met die fchitterende trekken verfpreid op ieder caracter , en door een menigte acteurs zeiven voortgebragt; verloren fchatten voor de navolgers, omdat 'er geen middel is uitgedacht om die te bewaren; en dus is hier een. eeuwigdurend beletfel ter volkomenheid in deze kunst, die inderdaad zonder dat middel nooit die werking kan voortbrengen, die de fchilder- en beeldhouwkunst doen, die dadelijke voorbeelden daar ftellen en nalaten. Tooneelkundige fchoolen, of meesters van hooger hand in alle troepen aangefteld, zijn de eenige middelen om dit gebrek te verhelpen. Wat zou, bij voorbeeld, verhinderen dat men aanteekeningen maakte uit alle ftukken en derzelver deelen, ten einde men konde nazien en in eeuwige gedachtenis houden, hoedanig deze of gene perfonaadje door groote tooneelfpelers is behandeld ? Heeft men ons niet inderdaad reeds op eene treffende wijze, zekere behandelingen van den overleden Baron, en andere groote voorwerpen, bij overlevering nagelaten? Eene Soortgelijke verzameling zou den voortgang in deze kunst meerder begunstigen, dan alle lesfen ooit zullen doen.

Wat aangaat het onderfcheid van zintuiglijke vermogens , zo van den meester als van den leerling, hier behoort geen navolging plaats te hebben. Laat mij, om mij te doen verftaan , noch ééns gebruik maken van het voorbeeld van den

zang,

Sluiten