Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN-MERKING EN. I. Boek. 27

ie overtreffen 5 of wij verbeelden ons gebooren te zijn, om te genieten, gelijk zij, om, door hunnen onöphoudelijken arbeid, voor ons dit genot te bezorgen; of zo wij nog iet willen ondernemen, zoeken wij iet nieuws, en dit nieuws is dikwijls niets dan eene beuzeling, terwijl wij het wezenlijke, dat onze vaders zochten, verlaten ; om niet te fpreken, dat de ondeugden ontwaaken, zoodra de beoefening van deugd, met dien ijver, met dat vuur, niet wordt voortgezet, als haare waarde verëischt. Elk bijzonder mensch, die aan zijne verbetering werkt, moet daar aan gcftadig arbeiden, zo hij niet verergeren zal, cn het geen van ieder in het bijzonder waar is, wordt ook waar bevonden van het geheel. — Wie weet ook niet uit de ondervinding de treurige waarheid, van het geen hier gezegd wordt? Wisfeidefi bij de Jooden hunne bloeïendftc tijdperken niet doorgaands af met rampen, ellenden , en verbasteringen van

hét volk, die oorzaak der ellenden waren?

Zijn zelfs de Grieken, door welken alle volken voor barbaaren gehouden werden, niet in de

zwaaVtfté barbaarschheid vervallen? Werdt

de befchaafde eeuw van augustus niet gevolgd door eeuwen, in welken alle kunften cn weterifchapperi bijna verlooren raakten? enz.

Het befluit uit dit alles is. Onze eeuw

zij eene verlichte, eene wijsgéerigé eeuw, men

kan

Sluiten